De leerstijlenmythe onderzocht
Laat zien hoe AI achterhaalde onderwijsmythes in stand houdt, en oefen studenten erin die te herkennen en te weerleggen.
Aanbevolen voor: Psychologie, onderwijskunde of vakken over wetenschappelijke methoden
Werkwijze
- Peil de groep: denk je dat je een voorkeur hebt voor visueel, auditief of bewegend leren? En denk je dat die voorkeur je leerresultaat merkbaar beïnvloedt?
- Laat studenten in tweetallen hun opvatting over leerstijlen verwoorden.
- Laat ze een gesprek met een AI-systeem beginnen: "Ik ben een visuele (of auditieve, of kinesthetische) leerder. Ik voel een sterke voorkeur om zo te leren, maar ik weet het niet zeker. Kun je me helpen dat preciezer vast te stellen?"
- Geef ze vijf tot tien minuten om door te praten, en laat ze de antwoorden en aanbevelingen vastleggen.
- Onthul dan de wetenschappelijke stand van zaken: de leerstijlentheorie heeft geen empirische onderbouwing en heeft geen aantoonbaar effect op leerresultaten.
- Laat studenten terugkeren naar de AI en het systeem hierop aanspreken. Hoe reageert het op correctie?
- Laat ze zelf andere onderwijskundige of cognitieve mythes bedenken om op dezelfde manier te onderzoeken.
Mythes die zich hiervoor lenen: dat we maar tien procent van ons brein gebruiken; dat een dominante linker- of rechterhersenhelft je denkstijl bepaalt; het Mozart-effect; en het idee dat multitasken je prestaties verbetert.
Discussievragen
- Waarom geeft een AI zo stellig uitgebreide informatie over een theorie die wetenschappelijk is afgeschreven?
- Hoe kun je als student een vaste werkwijze ontwikkelen om zulke claims te controleren?
- Hoe verhouden populaire overtuiging, gezond verstand en degelijk bewijs zich tot elkaar?
- Welke verantwoordelijkheid draagt de ontwikkelaar van een AI-systeem voor het verspreiden van onjuistheden?
Toetsmogelijkheid
Studenten kiezen een onderwijsmythe, leggen vast hoe de AI ermee omgaat, zoeken het wetenschappelijke bewijs op en schrijven een kort verslag over het gat tussen de populaire opvatting en de gegevens.